De notulen van de vorige gemeenteraad dd. 19 juli 2021
Decreet lokaal bestuur, artikel 32.
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Brakel.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter en de algemeen directeur.
Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de vergadering dd. 19 juli 2021 worden goedgekeurd.
Het jaarlijks verslag betreffende organisatiebeheersing.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 217 tem 220.
Jaarlijks brengt de algemeen directeur een verslag uit betreffende organisatiebeheersing.
Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:
1° de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
2° wetgeving en procedures naleeft;
3° over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
4° op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
5° de activa beschermt en fraude voorkomt.
Enig artikel: Kennis wordt genomen van het verslag 2020 met bijlagen.
Het aanpassen van het bestaand reglement op de gemeentelijke administratieve sancties.
De nieuwe gemeentewet van 26 mei 1989 en latere wijzigingen, en inzonderheid de artikelen 119 en 135.
Het decreet over het lokaal bestuur, en inzonderheid artikel 40.
De wet van 24 juni 2013 betreffende gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen.
De wet van 19 juli 2013 betreffende de wijziging van de wet van 8 april 1965 inzake jeugdbescherming en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 21 december 2013 betreffende het protocolakkoord in het kader van de GAS-wet en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 21 december 2013 betreffende de sanctionerende ambtenaar en later wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 21 december 2013 betreffende de vaststellers en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 21 december 2013 betreffende het GAS-register en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 28 januari 2014 betreffende bemiddeling in het kader van de GAS-wet en latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 5 september 2014 betreffende het model van identificatiekaart voor GAS-vaststellers.
De omzendbrief van 22 juli 2014 betreffende de uitleg bij de nieuwe GAS-regelgeving.
De omzendbrief COL1/2006 van 30 januari 2014 van het college van procureurs-generaal betreffende instructies over de nieuwe GAS-wet.
De gemeente moet ten behoeve van de inwoners waken over de openbare orde met name de openbare rust, de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, de openbare overlast en de zindelijkheid op de openbare wegen, plaatsen en in openbare gebouwen
De sanctionering van administratief strafbaar gemaakte overtredingen geeft de gemeente de mogelijkheid om sneller te reageren op problemen van lokale aard.
Enig artikel: Onderstaand reglement op de Gemeentelijke administratieve sancties wordt goedgekeurd
REGLEMENT OP DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES
Artikel 1
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
1° openbaar domein:
a) de verkeerswegen, met inbegrip van fietspaden, voetpaden, voetwegen en die in hoofdorde bestemd zijn voor alle verkeer van personen en voertuigen
b) de grachten en bermen
c) de plaatsen die ingericht zijn als aanhorigheden van de verkeerswegen en die onder meer bestemd zijn voor het stationeren van voertuigen
d) de parken, openbare tuinen of plantsoenen, pleinen en speelterreinen buiten de verkeerswegen en die in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning
e) alle andere gedeelten van het gemeentelijk patrimonium die voor iedereen toegankelijk zijn binnen de perken die door de wetten, decreten, besluiten en reglementen bepaald zijn
2° privaat domein: al wat niet kan worden beschouwd als openbaar domein, overeenkomstig 1° van dit artikel
3° voertuigen: alle gemotoriseerde vervoermiddelen te water of te land, evenals elk beweegbaar gemotoriseerd landbouw- of industrieel materieel
4° gemeentebestuur: het college van burgemeester en schepenen en bij hoogdringendheid de burgemeester
5° dagen: kalenderdagen
6° manifestatie: een georganiseerde bijeenkomst met als doel een overtuiging of een eis kenbaar te maken (betoging, optocht)
7° samenscholing: een vergadering of toeloop van mensen op het openbaar domein (stoeten, georganiseerde wandelingen of sportmanifestaties of recreatieve activiteiten)
8° woonwagen: elke verplaatsbare of mobiele constructie, zelfs als de wielen ervan verwijderd zijn, ontworpen en/of gebruikt als permanente of tijdelijke verblijfplaats
9° reclamevoertuigen: voertuigen, inclusief aanhangwagens, die hoofdzakelijk bestemd zijn om tijdelijke publiciteit te maken
10° reclamedrukwerk: iedere geschreven, gedrukte of digitale drager van informatie (geschriften, tekeningen, prenten, aankondigingen, flyers, affiches)
Afdeling 2 - Manifestaties en samenscholingen op het openbaar domein
Artikel 2 – Manifestaties en samenscholingen op het openbaar domein
§1 Manifestaties en samenscholingen op het openbaar domein zijn verboden, tenzij na voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester.
§2 Alle manifestaties en samenscholingen moeten schriftelijk kenbaar gemaakt worden, ten minste 30 dagen voor de geplande datum van de activiteit. De kennisgeving bevat minstens onderstaande informatie:
1° uur en plaats van concentratie
2° uur van vertrek
3° gevolgde weg
4° plaats en uur van ontbinding als het een manifestatie betreft
5° raming van het aantal deelnemers
6° voorziene organisatiemaatregelen
7° naam, adres, GSM-nummer van de organisatoren
Het in bezit zijn van enig abnormaal voorwerp dat kan gebruikt worden om te slaan, steken of verwonden, alsook het dragen van helmen of schilden, is verboden tijdens voornoemde manifestaties of samenscholingen.
§3 De organisator heeft de plicht al het mogelijke te doen opdat het ordelijk verloop van de bijeenkomst gehandhaafd kan blijven, inzonderheid dient hij zich te houden aan de afspraken die gemaakt zijn met de overheid.
Artikel 3
Elke persoon die deelneemt aan een manifestatie of samenscholing dient zich te schikken naar de bevelen van de politie.
Afdeling 3 - Het private gebruik van het openbaar domein
Artikel 4
Niemand mag, behalve na voorafgaande schriftelijke toelating van de bevoegde overheid, het openbaar domein (op de begane grond, alsook erboven of eronder) privatief gebruiken. De veiligheid en het gemak van doorgang moeten op elk moment gevrijwaard worden.
Artikel 5
Zonnetenten, markiezen, luiken of andere inrichtingen – beweegbaar of vast – mogen aan winkels en andere gebouwen enkel worden bevestigd, indien zij de vrije doorgang van voetgangers en andere weggebruikers niet hinderen of belemmeren. Er moet altijd een obstakelvrije ruimte van minstens 1 meter breed zijn en bij voetpaden breder dan 3 meter moet de obstakelvrije ruimte minstens 1,5 meter zijn.
Stoelen/tafeltjes/banken/zitmeubilair en terrasmeubilair die op het voetpad of op het terras van horecazaken staan moeten zo geplaatst worden dat zij de vrije doorgang van voetgangers en andere weggebruikers niet hinderen of belemmeren. Er moet altijd een obstakelvrije ruimte van minstens 1 m breed zijn en bij voetpaden breder dan 3 m moet de obstakelvrije ruimte minstens 1,5 m zijn.
Artikel 6
Schoorsteenpijpen of om het even welke andere buis of voorziening om rook, damp, gassen of vloeistoffen af te voeren, mogen niet op of boven het openbaar domein uitkomen. Dit kan enkel na schriftelijke toelating van het gemeentebestuur.
Artikel 7
Fietsers, bromfietsen of uitstallingen moeten steeds zo geplaatst worden dat ze het verkeer van voetgangers, fietsers of voertuigen niet in het minst hinderen en dat op het voetpad een obstakelvrije ruimte van minstens 1 meter breed is en bij voetpaden breder dan 3 meter moet de obstakelvrije ruimte minstens 1,5 meter zijn.
Artikel 8
Het is verboden spandoeken, draken, toestellen of andere verbindingen, uitgaande op privé-initiatief, op of over het openbaar domein aan te brengen, zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het gemeentebestuur.
Artikel 9
De politie en het gemeentebestuur kunnen van rechtswege alle voorwerpen (laten) wegnemen waarvan de plaatsing een privatief gebruik van het openbaar domein betekent, of in strijd is met één van voorgaande artikelen. Als men weigert of nalaat de voorwerpen weg te nemen, kunnen de politie en het gemeentebestuur zelf deze voorwerpen (laten) wegnemen op kosten van de overtreder.
Artikel 10
Niemand mag, behalve na voorafgaande schriftelijke toelating van het gemeentebestuur, op het openbaar domein kramen, stands, wagens, voertuigen met inbegrip van aanhangwagens of om het even welke andere inrichting plaatsen met het oog op verkoop van om het even welke producten, diensten, eet- of drinkwaren.
Voorafgaande alinea is niet van toepassing op de houders van een standplaatsvergunning op de wekelijkse markt of de vervangende markt, en dit in overeenstemming met het desbetreffende gemeentelijke “marktreglement”.
De natuurlijke of rechtspersonen aan wie de toelating werd verleend, zullen op een duidelijke zichtbare plaats van de inrichting hun naam en adres, de hierboven genoemde standplaatsvergunning en het bewijs van betaling van de retributie, dit overeenkomstig het desbetreffende gemeentelijk retributiereglement uithangen.
De politie en het gemeentebestuur zijn belast met de vaststelling van de overtredingen op voorgaand artikel en kunnen van rechtswege de plaatsen (doen) ontruimen die zonder toelating zijn ingenomen.
Artikel 11
Behoudens voorafgaande schriftelijke toelating van het gemeentebestuur is het verboden op het openbaar domein terrassen, terrasuitbreidingen of om het even welke inrichting te plaatsen met het oog op de verkoop van om het even welke producten, diensten, waren of eet- of drinkwaren.
Afdeling 4 - Het uitvoeren van werken op het openbaar domein
Het uitvoeren van werken op het openbaar domein is verboden zonder schriftelijke voorafgaandelijk toelating van het gemeentebestuur. Aanvragen hiertoe dienen minstens 15 dagen vooraf te worden ingediend.
Artikel 13
Het is verboden zonder toelating van het gemeentebestuur en/of aanwijsbare noodzaak enig deel van het openbaar domein te belemmeren door middel van
1° het achterlaten van om het even welke voorwerp(en) (materialen, steigers, containers,..)
2° het uitvoeren van grondwerken
Artikel 14
Wie op het openbaar domein grondwerken uitvoert of materialen, steigers of andere voorwerpen op het openbaar domein plaatst, moet de voorgeschreven en/of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen treffen of waarschuwingstekens aanbrengen.
Afdeling 5 - Het uitvoeren van bouwwerken - veiligheidsmaatregelen
Artikel 15
De aannemer van bouwwerken die langs het openbaar domein bouwt, verbouwt of afbreekt, moet de bouwwerf langs de straatkant van een stevige afsluiting voorzien vooraleer de werken aan te vangen.
Artikel 16
Indien op het voetpad geen veilige doorgang van 1 meter breedte overblijft, moet de aanvrager in een veilige doorgang voorzien. In uitzonderlijke omstandigheden kan het gemeentebestuur bijzondere maatregelen voorschrijven.
Artikel 17
Het is verboden zonder de nodige voorzorgsmaatregelen in acht te nemen steengruis, afbraakmaterialen of bouwstoffen op het openbaar domein of in voertuigen of containers op het openbaar domein te werpen. Wie werken uitvoert, is op elk moment verantwoordelijk voor de veiligheid van omwonenden en voorbijgangers.
Artikel 18
Indien het verhandelen van steengruis, afbraakmaterialen of bouwstoffen stof verwekt, moeten voldoende maatregelen getroffen worden zodat geen stof op het openbaar domein of op andere gebouwen of eigendommen kan terechtkomen.
Artikel 19
Het steengruis, de afbraakmaterialen of bouwstoffen die niet binnen de afsluiting geplaatst kunnen worden, moeten binnen de kortst mogelijk tijd van het openbaar domein verwijderd worden en mogen in geen geval na het intreden van de duisternis op het openbaar domein achtergelaten worden, tenzij na een voorafgaande en schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur en als de door het gemeentebestuur voorgeschreven voorwaarden nageleefd worden. Hierbij moeten de wetten op de politie van het wegverkeer altijd gerespecteerd worden.
Artikel 20
Tot het einde van de ruwbouw moet de aannemer van de bouwwerken, en na de ruwbouw moeten de aannemers van de andere werken op de werf, steeds het openbaar domein voor en rondom de werf proper houden.
Voetgangers moeten op elk moment obstakelvrij doorgang hebben over een breedte van 1 meter en bij voetpaden die breder zijn dan 3 meter, over een breedte van 1,5 meter. De aannemers moeten de bouwstoffen en de afval of ander vuil zodanig op de werf plaatsen dat deze niet op de aangelande eigendommen kunnen terechtkomen.
Artikel 21
Het gemeentebestuur kan met het oog op de veiligheid op en rondom de bouwwerken alle maatregelen treffen of opleggen aan de eigenaars, de bouwheer of aannemers. Bij de beëindiging van de bouwwerken zal de eigenaar indien nodig het openbaar domein onmiddellijk (laten) herstellen in de oorspronkelijke toestand.
Artikel 22
De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan:
1° op minder dan 4,5 meter van de grond boven de rijweg hangt
2° op minder dan 2,5 meter van de grond boven de gelijkgrondse berm of boven het voetpad hangt
De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen voldoende gesnoeid worden opdat deze het openbaar domein – en in het bijzonder voetpaden – niet overwoekeren.
Wanneer de eigenaar de overhangende takken niet snoeit, kan de gemeente dit laten uitvoeren op kosten van de eigenaar.
Hagen, groenstroken en andere afsluitingen die de zichtbaarheid van de weggebruikers in bochten en op kruispunten kunnen belemmeren, mogen niet hoger zijn dan 75 cm en moeten gesnoeid worden tot op de rooilijn.
Het is niet toegelaten invasieve plantensoorten, die de biodiversiteit schade toebrengen, in de natuur te verspreiden. Als iemand deze bepaling niet naleeft, kan de burgemeester ambtshalve en op kosten van de overtreder deze invasieve planten laten verwijderen.
Artikel 23
Het is verboden om op of aan het even welk deel van een gebouw voorwerpen te plaatsen, die onvoldoende stevig staan, waardoor zij op het openbaar domein kunnen vallen en aldus de veiligheid of het gemak van doorgang in gevaar kunnen brengen.
Afdeling 8 - Inzamelingen op het openbaar domein
Artikel 24
Iedere inzameling op het openbaar domein is onderworpen aan de voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het gemeentebestuur of vergunning toegestaan bij koninklijk besluit of provinciaal besluit. De toelating van het gemeentebestuur moet minstens 30 dagen voor de inzameling worden aangevraagd.
Artikel 25
Het is verboden op het openbaar domein loterij- of andere kansspelen aan te leggen of te houden.
Afdeling 9 - Het verkeer van dieren op het openbaar domein
Artikel 26
Het is de eigenaars van dieren verboden ze op het openbaar domein vrij te laten lopen zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. De veiligheid en het gemak van doorgang moeten op elk moment gewaarborgd blijven.
Artikel 27
Loslopende dieren, waarvan de eigenaar niet gekend is, worden door de zorgen van het gemeentebestuur en op kosten van de eigenaar, zo deze later bekend wordt, aan een dienst voor dierenbescherming of een dierenasiel toevertrouwd.
Artikel 28
Eenieder moet op de gevel van het gebouw waarvan hij eigenaar is, door het gemeentebestuur straatnaamborden of andere installaties van openbaar nut laten aanbrengen, evenals verkeerstekens en leidingen van openbaar nut.
De eigenaar van een gebouw is verplicht ervoor te zorgen dat er een huisnummer wordt aangebracht, en dat het huisnummer of de reeks van toegekende huisnummers leesbaar is van op het openbaar domein.
Artikel 29
Indien de afbraak of verandering van een gebouw het nodig maakt dat een toestel van openbaar nut verplaatst wordt, is de eigenaar ertoe verplicht minstens 30 dagen vooraf het gemeentebestuur hiervan te verwittigen.
Hoofdstuk 2 - Reinheid van het openbaar domein
Afdeling 11 – sluikstorten en zwerfvuil
Artikel 30
Het is verboden te sluikstorten. Hieronder wordt verstaan het achterlaten of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen en tijdstippen en in de foute recipiënten.
Het is verboden om huishoudelijk afval of bedrijfsafval achter te laten in de op openbare plaatsen voorziene afvalbakken.
Het is eveneens verboden niet-organisch afval of organisch afval, zoals etensresten, frituurolie of-vet en andere (afval)oliën enz., in rioolkolken achter te laten.
Diegene die deze bepaling overtreedt dient de openbare plaats onmiddellijk te reinigen, zo niet houdt de gemeente zich het recht voor ambtshalve tot reiniging over te gaan dit op kosten van de overtreder.
Artikel 31
Het is verboden op openbare wegen en plaatsen of op terreinen palend aan openbare plaatsen zwerfvuil te werpen of achter te laten.
Zwerfvuil is afval afkomstig van out-of-home consumptie dat niet gebundeld (bv.in een dichtgeknoopte zak) op een hiervoor niet bestemde plaats wordt gedeponeerd. Dit bestaat o.a. uit: blikjes, flesjes, wikkels, sigarettenpeuken, kauwgom, kranten, flyers,... Diegene die deze bepaling overtreedt dient de openbare plaats onmiddellijk te reinigen, zo niet houdt de gemeente zich het recht voor ambtshalve tot reiniging over te gaan dit op kosten van de overtreder.
Artikel 32
De uitbaters van vaste of mobiele verkooppunten die eetwaren of dranken verkopen die zich lenen voor consumptie ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid( zoals frituren, nachtwinkels, snackbars, ijs-of gebakkramen ,automaten voor eetwaren of dranken, automatenshops,enz...), zijn verplicht de openbare omgeving( binnen een straal van 10 meter) van hun verkooppunt net te houden door er de achtergelaten artikelen en resten weg te nemen en op te bergen .Zij dienen die zone zo nodig te reinigen, zodat er geen sporen van eetwaren of dranken achterblijven. Zij zijn verplicht ten behoeve van de klanten in de onmiddellijke nabijheid van het verkooppunt, op goed zichtbare plaatsen, afvalkorven te plaatsen van voldoende grootte en in voldoende aantal om op die manier hinder door (verpakkings)zwerfvuil te vermijden. De korven dienen een neutraal uitzicht te hebben en mogen op het openbaar domein op geen enkele manier gebruikt worden als reclamedrager. Zij dienen de korven of andere recipiënten op behoorlijke wijze tijdig en geregeld te ledigen, en te onderhouden. Tijdens de sluitingsuren en–dagen dienen zij de korven of andere recipiënten te verwijderen uit het straatbeeld, tenzij deze vast bevestigd zijn aan de gevel. Bij de plaatsing van de korven moet steeds een minimale doorgang van 1,5 meter vrijgelaten worden. Enkel waar een doorgang van1,5 meter onmogelijk is, is een minimale doorgang van 1,2 meter toegelaten. Afval uit de korven dat in de openbare omgeving verspreid wordt, moet op initiatief van de uitbater opgeruimd worden.
Artikel 33
Het is verboden drukwerk, stalen of voorwerpen, andere dan processen-verbaal en preventiedrukwerken van de politie, preventiedrukwerk van overheidsdiensten of parkeerretributiebonnen, op geparkeerde/gestalde voertuigen te plaatsen, behalve wanneer het gaat om culturele of sportieve manifestaties.
Afdeling 12 - De ophaling van huishoudelijk afval en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen. (art. 34)
Artikel 34
Recipiënten voor de huisvuilophaling, evenals bedrijfsafvalcontainers en afvalstoffen die met het oog op de ophaling ervan worden aangeboden, mogen pas de dag voor de ophaling aan de rand van het openbaar domein geplaatst worden.
De recipiënten moeten voor de eigen woongelegenheid of voor het gebouw waar de activiteit wordt uitgevoerd, worden aangeboden.
De geledigde recipiënten dienen de dag van de ophaling van het openbaar domein te worden verwijderd.
Afdeling 13 - Hondenpoep en uitwerpselen van andere huisdieren
Artikel 35
De begeleiders van honden of andere huisdieren die zich op het openbaar domein begeven, moeten altijd een recipiënt of een ander middel voor het verwijderen van de uitwerpselen van het dier bij zich hebben.
Indien de hond of een ander huisdier het openbaar domein bevuilt, moet de begeleider het vuilnis verwijderen en de bevuilde plaats reinigen. Uitzondering hierop vormen de daartoe bestemde plaatsen die door het gemeentebestuur met duidelijke signalering zijn aangeduid.
De visueel gehandicapten en andere mindervaliden met hun geleidehond worden vrijgesteld van deze bepalingen.
Afdeling 14 - Confetti en dergelijke
Artikel 36
Het is verboden confetti en andere materialen bestaande uit kunststof (plastiek) te werpen, tenzij na schriftelijke toelating van het gemeentebestuur. Het is verboden tijdens carnavalsoptochten en andere openbare manifestaties spuitbussen met kleur- en scheerschuim, kleurhaarlak of schoensmeer of enig ander middel dat kwetsuren of schade kan veroorzaken aan personen of goederen op het openbaar domein te gebruiken.
Afdeling 15 - Wildplassen
Artikel 37
Het is verboden op het openbaar domein te urineren, tenzij op plaatsen of accommodaties die hiertoe speciaal zijn ingericht. Die plaatsen en accommodaties moeten volgens de regels van goed fatsoen worden gebruikt.
Afdeling 16 - Reinigen van het openbaar domein
Artikel 38
Alle bewoners moeten zorgen voor de reinheid van de aangelande berm of het voetpad
voor hun woning. Deze verplichting geldt ook voor alle overige inrichtingen, met inbegrip van de bedrijfszetel van landbouwbedrijven.
In gebouwen met meerdere woongelegenheden dient de huisbewaarder hiervoor in te staan. Wanneer er geen huisbewaarder is, valt de verplichting ten laste van alle bewoners van het gebouw.
Voor openbare gebouwen valt de verplichting ten laste van de beherende instantie.
Ze moeten er tevens voor zorgen dat de afvoergoot schoon wordt gehouden, zowel van onkruid, als van stof en vuil, zonder dat dit in de afvoerroosters geveegd of geworpen mag worden.
Het is ook verboden voornoemd vuil voor of op de eigendom van een ander te verzamelen.
Artikel 39
Het is verboden zwerfvuil te deponeren en/of achter te laten op de openbare weg of in openbare plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn.
Het is eveneens verboden huishoudelijk afval te sluikstorten.
Diegene die deze bepaling overtreedt, moet de zaken onmiddellijk reinigen of de kosten hiervoor betalen.
Artikel 40
Het is verboden ieder voorwerp of het openbaar domein te bevuilen, op gelijk welke manier, door eigen toedoen of door toedoen van de personen, dieren of zaken waarop men toezicht of waarover men zeggenschap heeft, zoals:
1° ieder voorwerp van algemeen nut of ieder voorwerp voor de versiering van het openbaar domein.
2° ieder onderdeel van het straatmeubilair
3° openbare gebouwen en private domeinen
4° voertuigen van derden
Iedereen die het openbaar domein heeft bevuild of laten bevuilen, moet ervoor zorgen dat het onverwijld opnieuw proper wordt gemaakt.
Dit geldt in het bijzonder voor:
1° land- en tuinbouwers die, naar aanleiding van hun werkzaamheden op het veld, het openbaar domein besmeuren of er vreemde stoffen nalaten.
2° bouwers en aannemers die, naar aanleiding van bouwwerken, het openbaar domein bevuilen.
Onder bevuilen van het openbaar domein wordt eveneens verstaan:
1° zwerfvuil (sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere verpakkingen en gelijkaardig afval)
2° het oneigenlijk gebruik van straatvuilnisbakjes voor huishoudelijk afval, ander dan afval afkomstig van ter plaatse geconsumeerde producten
3° het niet naleven van het verbod om reclamedrukwerk te bedelen in leegstaande panden of in brievenbussen voorzien van een sticker om er geen reclamedrukwerk in te deponeren
4° het niet plaatsen van de nodige straatvuilnisbakjes voor verkooppunten voor drank en voeding voor onmiddellijke consumptie.
Artikel 41
Het is aannemers of bouwers verboden mortel of andere mengsels, hetzij droog of nat, te bereiden op het openbaar domein.
Indien de omstandigheden het noodzakelijk maken dit toch op het openbaar domein te doen, dan dient het wegdek of het voetpad beschermd te worden met een ondoordringbare beschermplaat, na toestemming van het gemeentebestuur.
Artikel 42
Bij vriesweer is het verboden water op het openbaar domein te gieten of te laten lopen.
Artikel 43
Bij sneeuwval of ijzelvorming zijn de aangelanden van het openbaar domein verplicht om over een breedte van minstens 1 meter voor de woning of een andere inrichting, het voetpad schoon te vegen en ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen worden getroffen om gladheid te vermijden.
Bij het ruimen van sneeuw en ijs moeten de afvoergoten en –roosters worden vrijgelaten.
Ter hoogte van de opritten, oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers en de aangeduide haltes voor het openbaar vervoer, moet de rand van het voetpad worden vrijgehouden.
In gebouwen met meer woongelegenheden dient de huisbewaarder hiervoor in te staan. Wanneer er geen huisbewaarder is, valt de verplichting ten laste van alle bewoners van het gebouw.
Voor openbare gebouwen valt de verplichting ten laste van de beherende instantie.
Artikel 44
Indien diegene die de verplichtingen die in deze afdeling worden opgelegd, moet uitvoeren, nalaat ze uit te voeren, zal het gemeentebestuur of de lokale politie de werken ambtshalve uitvoeren op kosten van de nalatige, dit onverminderd de toepassing van de in dit politiereglement vastgelegde sancties.
Afdeling 17 - Onderhoud van braakliggende gronden en terreinen
Artikel 45
Elke grondeigenaar, huurder of gebruiker van een bebouwd of niet bebouwd terrein moet het terrein of het gebouw zodanig onderhouden dat de zindelijkheid, gezondheid en veiligheid niet in het gedrang komen en er geen overlast veroorzaakt wordt aan de omliggende terreinen, buren of het openbaar domein.
Artikel 46
Inzonderheid moet de eigenaar, huurder of gebruiker de bloei of de zaadvorming beletten van alle hinderlijke onkruidsoorten waarvan de zaadverspreiding last veroorzaakt aan de omliggende gronden.
Hiertoe dient de plantengroei minstens tweemaal per jaar te worden gemaaid of kort gehouden, met name voor 30 juni en voor 30 september.
Afdeling 18 - De grachten en bermen
Artikel 47
Het is verboden in grachten iets te plaatsen, te gooien of te laten lopen waardoor de normale waterafvoer verhinderd of bezoedeld wordt.
Artikel 48
Het dempen van grachten is verboden overeenkomstig artikel 86 van dit politiereglement.
Grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen door de overtreder onmiddellijk in hun oorspronkelijke staat dienen te worden hersteld.
Het overwelven of inbuizen van straatgrachten kan enkel worden toegelaten na voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur.
Teneinde de goede afloop van het water te verzekeren, is de eigenaar gehouden de grachten die door zijn gronden lopen of deze van andere private eigendommen scheiden, te (laten) maaien, het maaisel te verwijderen en indien nodig te (laten) ruimen (verwijderen slib).
Uitzondering hierop vormen de grachten langsheen het openbare domein waarvan zij een afhankelijkheid uitmaken en als dusdanig enkel dienstig zijn voor de afwatering van het hemelwater en de waterlopen van eerste, tweede en derde categorie waarvan het onderhoud de bevoegdheid is van respectievelijk het Vlaams gewest, de provincie of het gemeentebestuur.
Artikel 49
Met het oog op de verdelging van ratten en ander ongedierte langs de boorden van de grachten en waterlopen, zijn de inwoners verplicht vrije doorgang te verlenen aan de personen, die door de bevoegde gemeentelijke overheid met de verdelging zijn belast. Zij dienen het plaatsen van daartoe nodig geachte tuigen te dulden.
Artikel 50
De breedte van de wegbermen, trage wegen, grachten, gemeentelijke waterlopen en ander openbaar domein mogen niet omgeploegd, beplant of bezaaid worden met landbouwgewassen of bespoten worden met onkruid bestrijdingsmiddelen. De breedte van de wegberm dient ten allen tijde te worden gerespecteerd. Indien wegbermen, trage wegen e.a beschadigd worden door het bewerken, beplanten of bezaaien van de berm dient de veroorzaker de aangebrachte schade te herstellen of worden herstellingswerken uitgevoerd, waarvan de herstellingskosten en kosten van de landmeter zullen worden verhaald op de veroorzaker van de schade.
Landbouwmaterialen of voertuigen mogen niet achtergelaten worden of geplaatst worden op de berm.
Afdeling 19 - Honden
Artikel 51
Het is verboden honden onbewaakt vrij te laten rondlopen op het openbaar domein en alle voor het publiek toegankelijke plaatsen. De begeleider dient de hond zodanig te bewaken dat hij hem op elk ogenblik zou kunnen beletten om personen of dieren te intimideren of lastig te vallen, voertuigen te bespringen of private eigendommen te betreden.
Artikel 52
Honden dienen op het openbaar en privaat domein van de gemeente, altijd aan de leiband te worden gehouden. Deze verplichting geldt niet voor:
1° honden gebruikt voor de jacht
2° reddingsoperaties bij rampen of ongelukken
3° honden die een kudde begeleiden
4° honden van politiediensten
Artikel 53
Kwaadaardige, agressieve of gevaarlijke honden moeten gemuilkorfd worden door de eigenaar of de begeleider zodra ze op het openbaar domein of openbare plaatsen komen. Voor honden van politiediensten en erkende bewakingsondernemingen geldt hierop een uitzondering.
Onder agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke hond wordt begrepen: elke hond die, wanneer hij vrij zou rondlopen, zonder enige provocatie op een duidelijk en onmiskenbaar dreigende wijze naar iemand toeloopt; elke hond die iemand aanvalt, bijt of verwondt zonder provocatie of uitlokking; elke hond die reeds iemand heeft verwond of aangevallen zonder provocatie of uitlokking; elke hond die een ander huisdier verwondt of aanvalt zonder provocatie of uitlokking.
Artikel 54
De toegang met honden is verboden tot openbare gebouwen, met uitzondering van:
1° Visueel gehandicapten of ander mindervaliden met hun geleidehond, politiediensten en erkende bewakingsondernemingen met waak-, speur- en verdedigingshonden en de reddingshonden van hulporganisaties.
2° personen belast met het africhten van geleidehonden, bestemd voor visueel gehandicapten of andere mindervaliden en die daartoe een passend attest kunnen voorleggen.
Op het eerste verzoek van de politiediensten moeten de begeleiders hun hond verwijderen van de plaatsen waar veel mensen samenkomen.
Artikel 55
Wie vaststelt dat zijn hond verdwenen is, moet onmiddellijk de politiediensten inlichten.
Onbewaakt loslopende honden, die op het openbaar domein of openbare plaatsen aangetroffen worden, worden door toedoen van of in opdracht van het gemeentebestuur gevangen en overgebracht naar een dierenasiel. Alle hieraan verbonden kosten vallen ten laste van de eigenaar, bezitter, bewaker of houder van het dier.
Dieren die een gevaar betekenen voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen en de veiligheid van goederen in een publiek toegankelijke plaats worden aan de eigenaar, bezitter, bewaker of houder onttrokken, die er niet langer vrij kan over beschikken, zolang dat met het oog op de handhaving van de openbare rust en/of veiligheid en/of voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen of dieren en/of veiligheid van goederen vereist is.
Alle hieraan verbonden kosten vallen ten laste van de eigenaar, bezitter, bewaker of houder van het dier.
Dolle honden worden in opdracht en op kosten van hun houders door een dierenarts geëuthanaseerd. Wanneer zij nalaten dit te doen, zal het gemeentebestuur in hun plaats optreden. Alle hieraan verbonden kosten vallen ten laste van de eigenaar, bezitter, bewaker of houder van het dier.
Artikel 56
Elke houder van een hond of enig ander dier, hetzij als eigenaar, bezitter, bewaker of houder, dient passende maatregelen te nemen om te beletten dat het dier zou ontsnappen van een privaat erf naar een ander privaat erf of naar het openbaar domein. De houders van honden zijn verplicht hun dieren op een degelijke wijze onderdak en verzorging te verschaffen en dienen de passende maatregelen te nemen opdat de hond of honden geen abnormale hinder voor de buren veroorzaken door aanhoudend geblaf of ander aanhoudend geluid.
Onverminderd de artikelen 24 en 30 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt dienen op openbare plaatsen de dieren die een gevaar betekenen voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen of dieren die de openbare rust verstoren onder controle te worden gehouden door de eigenaar of de houder. De dieren kunnen met het oog op de handhaving van de openbare rust op politiebevel aan de eigenaar of houder worden onttrokken zodat hij/zij er niet langer vrij kan over beschikken. De dieren worden op kosten van de eigenaar of houder ondergebracht in een asiel of andere geschikte opvangplaats, zolang zulks met het oog op de handhaving van de openbare rust is vereist en dit gedurende een termijn van maximaal zes maanden te rekenen vanaf de dag van de onttrekking. Binnen deze termijn dient een overeenkomst te worden afgesloten tussen de eigenaar of de houder van de dieren en de politie waarin wordt bepaald op welke wijze de eigenaar of houder de dieren in de voor het publiek toegankelijke plaatsen zal onder controle houden en onder welke voorwaarden hij/zij terug in het bezit kan komen van de dieren. Na ondertekening van deze overeenkomst kan de eigenaar of houder terug over de dieren beschikken. Het niet-naleven van de overeenkomst wordt beschouwd als een inbreuk op dit artikel en kan aanleiding geven tot een nieuwe onttrekking voor een termijn van maximaal zes maanden.
Artikel 57
Het is verboden honden te tergen of op te hitsen.
Afdeling 20 - Rondzwervende dieren
Artikel 58
Het is verboden rondzwervende dieren te voederen. Ook moeten eigenaars, beheerders of huurders van gebouwen, de plaatsen waar deze dieren kunnen schuilen regelmatig schoonmaken.
Afdeling 21 - Geur en rookhinder
Artikel 59
Het is verboden rook, damp, roet, stof of geuren voort te brengen die de buren kunnen hinderen.
Artikel 60
(opgeheven)
Afdeling 22 - Minimumnormen inzake brandpreventie
Artikel 61
Iedereen moet het gemeentelijk reglement waarin de minimumnormen inzake brandpreventie met betrekking tot publiektoegankelijke inrichtingen zijn vastgelegd, strikt naleven.
Artikel 62
Iedereen is ertoe gehouden de richtlijnen ter bescherming tegen brand- en paniekrisico’s in instellingen van tijdelijke aard en de veiligheidsmaatregelen voor occasionele installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en/of elektriciteit en bij gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsch zonne-energiesysteem strikt na te leven.
Artikel 63
Diegenen die een brand opmerken, moeten dit onmiddellijk aan de brandweerdienst meedelen.
Bij brand is elkeen verplicht aan magistraten, politie en brandweer toegang te verlenen tot hun gebouw, woning of aanhorigheden.
Bij weigering of afwezigheid van de bewoners, worden de deuren of toegangen met alle mogelijke middelen door de bevoegde hulpdiensten opengebroken of verwijderd.
Al wie erom verzocht wordt door de magistraten, brandweerlieden of politie, moet alle nodige en mogelijke hulp verschaffen voor het bestrijden van de brand, het brandgevaar of gevaar in verband met de brand.
Deze voorschriften gelden ook voor andere rampen zoals overstromingen, instorting, enz.
Artikel 64
De hydranten die in de openbare weg gelegen zijn, moeten altijd vrij blijven voor gebruik en gemakkelijk toegankelijk gehouden worden. Het is verboden de door het bestuur op de gevels of op andere plaatsen aangebrachte tekens om de brandmonden aan te wijzen, te veranderen, te beschadigen, te verwijderen of onzichtbaar te maken.
Afdeling 25 - Activiteiten en evenementen in open lucht
Artikel 65
§1 Onverminderd alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen is het verboden, tenzij na voorafgaande schriftelijke toelating van het gemeentebestuur, activiteiten en evenementen te organiseren op het openbaar domein.
§2 De aanvragen dienen 30 dagen voor de activiteit of het evenement te worden ingediend.
De aanvrager dient de richtlijnen ter bescherming tegen brand- en paniekrisico’s in instellingen van tijdelijk aard en de veiligheidsmaatregelen voor occasionele installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en-of elektriciteit en bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsch zonne-energiesysteem en de door de brandweerdiensten verstrekte richtlijnen, strikt na te leven.
§3 Het is verboden om schadelijke middelen zoals lachgas te verhandelen of te bezitten indien de handel of het bezit gericht is op het oneigenlijk gebruik van het middel met als doel het bekomen van een roeseffect, dit met een ongewenst effect op de openbare orde als gevolg.
Afdeling 26 - Bouwvallige gebouwen
Artikel 66
Iedereen moet gehoor geven aan de aanmaning van het gemeentebestuur om gebouwen die bouwvallig zijn te herstellen of te slopen.
Afdeling 27 - Lawaaibestrijding
Veld- en kruitkanonnen
Artikel 67
Het is verboden kruitontbrandingen en veldkanonnen te gebruiken om vogels af te schrikken voor 7 uur, en na 19 uur (tussen 21 september en 20 maart) of 20.30 u (tussen 21 maart en 20 september).
Elk gebruik van voormelde toestellen kan slechts na voorafgaande toestemming door het gemeentebestuur.
Artikel 68
Voor het gebruik van kruit of andere kanonnen die dienen om vogels af te schrikken, moeten volgende bepalingen worden geëerbiedigd:
1° de loop van het kanon mag in geen geval worden gericht naar de meest nabije woning
2° de kanonnen moeten worden geplaatst op minstens 200 meter van een bewoond huis; waar mogelijk dient een grotere afstand in acht te worden genomen.
3° de nodige maatregelen en voorzorgen moeten genomen worden om te voorkomen dat de uitoefening van andere normale beroepsactiviteiten onmogelijk wordt gemaakt.
4° de tijd tussen twee salvo’s moet minstens 10 minuten bedragen
5° bij het veldkanon dient geplaatst te worden
- een geplastificeerd exemplaar van de vergunning
- een vlag, bord of paal, die voldoende ver boven de gewassen uitsteekt
In afwezigheid aan een machtiging, wordt bewarend beslag gelegd op het vogelschrikkanon en toebehoren door de politiediensten.
Het gemeentebestuur kan bijkomende voorwaarden opleggen als blijkt dat de aanvragen de draagkracht van de omgeving overschrijden, zelfs wanneer een vergunning is verleend.
De vergunningen voor het gebruik van vogelschrikkanonnen worden steeds ter kennisgeving overgemaakt aan de lokale politie.
Het afschieten van vuurwerk
Artikel 69
Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen, is het verboden, zowel op het openbaar domein als op private eigendommen, binnenplaatsen en op plaatsen die aan het openbaar domein palen, om het even welk vuurwerk af te steken, voetzoekers, knal- en rookbussen te laten ontploffen of Bengaals vuur aan te steken.
Het is ten allen tijde verboden op de openbare plaatsen en op de privéterreinen heliumballonnen en wensballonnen op te laten. Onder wensballon wordt verstaan een vliegende lampion, meestal vervaardigd uit papier, gevuld met hete lucht die opgewarmd wordt door een vlam.
Lawaaihinder
Artikel 70
Het is verboden, zelfs gedurende de dag, radio’s, luidsprekers, geluidsversterkers en soortgelijke apparaten, muziekinstrumenten, zo in werking te stellen dat ze op het openbaar domein of buitenshuis uitgalmen zodat de rust van de bewoners van hetzelfde huis of van de naburige woningen wordt verstoord.
Een soortgelijk gebruik van deze apparaten is eveneens verboden op het openbaar domein, inzonderheid in openbare parken en speelpleinen.
Het gemeentebestuur kan uitzonderingen toestaan voor openbare feestelijkheden, sport- en cultuurmanifestaties en dergelijke.
Artikel 71
Nachtgerucht of nachtrumoer is verboden overeenkomstig artikel 561.1° van het strafwetboek.
Voor werken van openbaar nut of werken die om technische redenen niet onderbroken kunnen worden tussen zonsondergang en zonsopgang is een voorafgaande toelating van het gemeentebestuur vereist. Bij deze toelating kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor landbouw-, tuinbouw- en bosbouwwerktuigen die worden aangewend in het kader van een bedrijfsexploitatie onder normale omstandigheden.
Artikel 72
Voertuigen met luidsprekers voor reclame, propaganda of andere doeleinden zijn alleen toegelaten na voorafgaande schriftelijke vergunning van het gemeentebestuur en als de daarbij gestelde voorwaarden worden nageleefd.
Dezelfde voorschriften gelden voor luidsprekers, met reclame-, propaganda of andere doeleinden in handelshuizen en andere inrichtingen, voor zover het geluid buiten hoorbaar is.
Voertuigen en over het algemeen alle verkeersmiddelen mogen geen abnormaal gerucht veroorzaken door een ongewone verrichting (toeteren, niet afzetten motor bij stilstand,…) Afwijkingen op dit verbod kunnen door het gemeentebestuur worden toegelaten bij speciale omstandigheden, zoals kermissen, gemachtigde feestelijkheden,…
Artikel 73
Het is verboden de geluidsinstallatie in een voertuig zo hard te laten spelen dat het hoorbaar is voor wie niet in het voertuig heeft plaatsgenomen. De bestuurder van het voertuig wordt in dergelijke gevallen voor de overlast verantwoordelijk gesteld tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 74
Het geluid van spelende kinderen wordt niet (en nooit) als hinderlijk beschouwd.
Afdeling 28 - Rondreizende woonwagenbewoners
Artikel 75
Het is verboden zonder voorafgaande toelating van het gemeentebestuur het openbaar domein voor beperkte tijd te gebruiken voor het plaatsen van één of meer woonwagens en tenten.
Artikel 76
In afwijking van artikel 75 mogen exploitanten van kermisattracties en rondreizende circusartiesten die deelnemen aan de door de gemeente georganiseerde of toegelaten evenementen, met hun woonwagens plaatsnemen op het openbaar domein of op een andere door het gemeentebestuur aangewezen plaats voor de duur van die evenementen en voor de periode voor het op- en afbouwen van de attractie.
De site moet steeds in oorspronkelijke staat nagelaten worden.
Artikel 77
Woonwagens en tenten die gebruikt worden voor nachtverblijf, kunnen maar voor beperkte tijd standplaats innemen op een privé-eigendom na een voorafgaande toelating van het gemeentebestuur en na voorlegging van goedkeuring van plaatsing door de eigenaar.
Het gemeentebestuur kan deze toelating steeds intrekken. De politiediensten moeten altijd toegang hebben tot de niet-afgesloten terreinen waar deze woongelegenheden zich bevinden.
Afdeling 29 - Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 78
De exploitant van een inrichting die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk is, dient de minimumnormen inzake brandpreventie met betrekking tot publiektoegankelijke inrichtingen strikt na te leven.
Als het gemeentebestuur, met het oog op de vrijwaring van de openbare orde, een drankslijterij laat sluiten, dan mag de exploitant zijn zaak geenszins opnieuw openen zonder dat er een nieuwe beslissing is gevallen.
De officier van bestuurlijke politie kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de voor het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten, wanneer de exploitatie ervan de openbare rust verstoort.
Artikel 79
Het is verboden valse berichten van brand, overstroming of een welk danig gevaar of voorval dat de tussenkomst van brandweer, politiediensten, gezondheidsdiensten of ambulancedienst tot gevolg heeft, fysiek te melden of te laten melde, onverminderd de bepalingen van het artikel 145 §3bis van de Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
Hoofdstuk 6 - Milieubescherming
Afdeling 31 - Parken en plantsoenen
Artikel 80
In de openbare parken en plantsoenen is het verboden:
1° afgesloten grasvelden te betreden indien een specifiek bord dit verbiedt
2° heestermassieven en bloemperken te betreden of te laten betreden
3° zand, grasmaaisel, droog hout, snoeihout of bladgrond te verzamelen of weg te halen
4° te kamperen of de nacht door te brengen in tenten, auto’s, kampeer- en woonwagens, tenzij op de plaatsen die voldoen aan de wetgeving inzake kamperen
5° afsluitingen te beklimmen of te beschadigen
Artikel 81
In de openbare parken en plantsoenen mag niemand met voertuigen rijden, stilstaan of parkeren. Uitzonderingen hierop worden door het gemeentebestuur bepaald door een
bijzondere toelating of door het daartoe aanbrengen van de nodige verkeersborden of –tekens.
Artikel 82
Behalve op de daartoe door het bestuur aangeduide plaatsen en binnen de door het gemeentebestuur bepaalde voorwaarden, is het verboden in de openbare parken, terreinen, parkings, plantsoenen en waterpartijen:
1° om het even welke handelsactiviteit uit te oefenen of koopwaren uit te stallen, te verkopen of bij wijze van reclame aan te bieden
2° op welke wijze ook publiciteit te voeren
3° te collecteren
4° het bevroren water te betreden
5° op het water te varen of om het even welke watersport te beoefenen
6° er op gelijk welke wijze te vissen of dieren te vangen of achter te laten
7° open vuren aan te leggen
8° ruitersport te beoefenen
9° dieren te laten baden in het water
10° zicht te gedragen, te spelen of sport te beoefenen op een wijze die gevaarlijk of hinderlijk is voor zichzelf of voor andere personen.
Artikel 83
Het gemeentebestuur kan de toegang tot de openbare parken en plantsoenen of een deel ervan tijdelijk aan het publiek verbieden.
Gedurende deze periode is het verboden dit park of plantsoen te betreden. In voorkomend geval zal de openingstijd ter plaatse bestendig kenbaar gemaakt worden aan het publiek.
Artikel 84
Behoudens andersluidende bepalingen zijn de kinderspeelpleinen toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang voor kinderen tot 14 jaar.
Kinderen minder dan zeven jaar moeten vergezeld zijn van een persoon die voor hen aansprakelijk is.
De kinderen moeten de richtlijnen van de bevoegde personen opvolgen en de gebruiksaanwijzingen, aangebracht op speeltuigen, respecteren.
Het is ten strengste verboden enige schade aan te brengen in de kinderspeelpleinen. Opzettelijk aangerichte schade zal vergoed worden door diegene die ze aanrichten of door de persoon die voor hen verantwoordelijk is. Het is verboden om het even wat op de grond te gooien dat vervuiling veroorzaakt.
Alle artikelen die betrekking hebben op de “openbare parken en plantsoenen” zijn ook in de kinderspeelpleinen van toepassing.
Er geldt een rookverbod op de kinderspeeltuinen.
Artikel 85
Het is verboden afvalstoffen te verbranden, tenzij hiervoor een milieuvergunning werd verleend en behoudens de uitzonderingen voorzien in artikel 6.11.1 van Vlarem II.
Kampvuren zijn enkel toegelaten na voorafgaande toelating door het gemeentebestuur.
Artikel 86
Het is verboden (tijdelijke) publiciteitsborden of aanplakkingen aan te brengen op of langs de openbare weg zonder uitdrukkelijke toestemming van de wegbeheerder.
Ze mogen in geen geval aangebracht worden op straatmeubilair, signalisatie, openbare verlichting, bomen en dergelijke en op voor- en zijgevels, muren, omheiningen, bouwwerken en monumenten langs de openbare weg of in de onmiddellijke nabijheid ervan.
Artikel 87
Zijn vrijgesteld van deze de bepalingen van dit artikel:
1° aanplakbiljetten van openbare verkopen, de verkoop en het verhuren van gebouwen en dit geplaatst zijn op het gebouw waar de gebeurtenis plaatsvindt.
2° andere aanplakbiljetten van overheden
Hoofdstuk 7 - gemengde inbreuken
Afdeling 33 - windeldiefstallen
Artikel 88
Het is verboden zich schuldig te maken aan winkeldiefstal. Dit is het bedrieglijk wegnemen van een tot een winkel behorende zaak.
Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik. (artikelen 461 en 463 van het strafwetboek)
Afdeling 34 – graffiti – beschadigingen – vernielingen – nachtrumoer (art. 89 -97)
Afdeling 34 - Graffiti, beschadigingen, vernielingen, nachtrumoer
Artikel 89
De gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen is verboden (artikel 521 lid 3 van het strafwetboek, onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen.
Artikel 90
Het is verboden grafsteden, gedenktekens of grafstenen, monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht te vernielen, neer te halen, te verminken of beschadigen (artikel 526 van het strafwetboek), onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Artikel 91
Het is verboden zonder toestemming graffiti aan te brengen op roerende of onroerende goederen. (artikel 534bis van het strafwetboek) , onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling, of graffiti volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Artikel 92
Het is verboden opzettelijk andermans onroerende eigendommen te beschadigen. (artikel 534ter van het strafwetboek), onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Artikel 93
Het is verboden kwaadwillig een of meer bomen om te hakken, of zodanig te snijden, te verminken of te ontschorsen dat ze vergaan, of een of meer enten te vernielen (artikel 537 van het strafwetboek).
Artikel 94
Het is verboden geheel of gedeeltelijk grachten te dempen, levende of dode hagen af te hakken of uit te rukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, te vernielen, grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of verwijderen (artikel 545 van het strafwetboek), onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Artikel 95
Het is verboden andermans roerende eigendommen opzettelijk te beschadigen of te vernielen (artikel 559, 1° van het strafwetboek), onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Artikel 96
Het is verboden nachtgerucht of nachtrumoer te maken waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord (artikel 561, 1° van het strafwetboek).
Artikel 97
(opgeheven)
Artikel 98
Daders van lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben, in het bijzonder zij die opzettelijk enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen, worden gestraft met een gemeentelijke administratieve geldboete (artikel 563, 3° van het strafwetboek) onder de cumulatieve toepassingsvoorwaarden:
het materieel nadeel is kleiner of gelijk aan 500,00 euro, zoals blijkt uit de aanvankelijke aangifte;
EN
de dader (of daders) van het feit heeft (hebben) geen gelijkaardige voorgaanden (d.i. geen feiten van beschadiging en vernieling volgens de Algemene Nationale Gegevensbank) in de afgelopen twee jaar, zoals blijkt uit de vaststellingen;
Afdeling 36 - Niet toegelaten gezichtsbedekking
Artikel 99
Het is verboden zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen, te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten (artikel 563bis van het strafwetboek).
Artikel 100
Voor zover wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien, worden de inbreuken op de artikelen 34, 35, 37, 61, 62, 86, 87 bestraft met een administratieve geldboete van 70 euro, overeenkomstig de in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voorziene procedure.
Artikel 101
Voor zover wetten, besluiten, decreten en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien, worden de overige inbreuken op onderhavig reglement gestraft met een maximale gemeentelijke administratieve geldboete van 350 euro voor meerderjarige overtreders en 175 voor minderjarige overtreders, overeenkomstig de in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voorziene procedure.
Artikel 102
De persoon, die het plaatsverbod opgelegd overeenkomstig de in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voorziene procedure negeert, wordt eveneens gestraft met een administratieve geldboete, zoals bedoeld in artikel 101.
Artikel 103. Doelgroep
De bepalingen die opgenomen zijn in dit reglement zijn van toepassing op iedereen die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op het moment van de feiten.
Artikel 104
In geval van herhaling van de inbreuk op artikel 5, artikel 10, artikel 11 en artikel 12 van dit reglement worden deze gestraft met de administratieve schorsing of intrekking van de door de gemeente afgegeven toestemming of vergunning of de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
Artikel 105. Procedureverloop
Voor wat het procedureverloop betreft, dient te worden verwezen naar:
- Protocolakkoord betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties ingeval van gemengde inbreuken
- Wet van 24 juni 2013 betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties.
Artikel 106
Alle artikelen van eerder uitgevaardigde politieverordeningen die strijdig zijn met deze politieverordening worden geacht te zijn opgeheven.
Artikel 107
Dit reglement zal overeenkomstig artikel 286 §1 van het decreet over lokaal bestuur en artikel 15 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, afgekondigd en bekend gemaakt worden.
Artikel 108
Overeenkomstig artikel 119 van de nieuwe gemeentewet, zal een afschrift van dit reglement worden overgemaakt aan de deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.
Tevens zal een afschrift worden overgemaakt aan het parket van de procureur des konings Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde sectie politierechtbank en aan de korpschef van de lokale politie Brakel.
Voor de aanleiding wordt verwezen naar artikel 1 van dit reglement (doel).
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 2.
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, artikel 3, 3°.
Het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Door middel van dit reglement wordt het mogelijk overtredingen op stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende het verkeersbord C3 via het stelsel van gemeentelijke administratieve sancties te vatten ("GAS 4").
Artikel 1: De politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende het verkeersbord C3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen van de gemeenten van de politiezone Brakel-Zwalm-Maarkedal-Horebeke wordt hieronder vastgesteld:
POLITIEVERORDENING BETREFFENDE OVERTREDINGEN OP HET STILSTAAN EN PARKEREN EN DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET VERKEERSBORD C3 VASTGESTELD MET AUTOMATISCH WERKENDE TOESTELLEN VAN DE GEMEENTEN VAN DE POLITIEZONE BRAKEL-ZWALM-MAARKEDAL-HOREBEKE.
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen.
Artikel 1 Doel.
De gemeente Brakel geeft bij wijze van deze politieverordening uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat bepaalt dat de gemeenteraad kan voorzien in een administratieve geldboete voor de inbreuken opgesomd in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 2 Definities.
Voor de toepassing van dit reglement zijn :
1° de definities zoals voorzien in artikel 2 van het KB 1/12/1975 (Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) van toepassing
2° de verkeersborden en wegmarkeringen zoals beschreven in hoofdstuk II van het KB 1/12/1975 (Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) van toepassing.
Artikel 3 Doelgroep.
Deze politieverordening is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de gemeente Brakel/Maarkedal bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de maatschappelijke zetel.
Hoofdstuk 2 - Verkeersinbreuken.
Afdeling 1 - Overtredingen van eerste categorie (artikel 4 - 22).
Artikel 4. Parkeren in erven en woonerven
Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:
1° op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter ''P'' aangebracht is;
2° op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat;
Artikel 5. Stilstaan en parkeren op verhoogde inrichtingen
Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering;
Artikel 6. Parkeren voetgangerszones
In voetgangerszones is het parkeren verboden;
Artikel 7. Opstelling stilstaand of geparkeerd voertuig ten opzichte van de rijrichting
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.
Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden;
Artikel 8. Stilstaan of parkeren op een berm
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
1° buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
2° indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
3° indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
4° indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden;
Artikel 9. Stilstaan of parkeren volledig of deels op de rijbaan
Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:
1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;
2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;
3° in één enkele file.
Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden;
Artikel 10. Opstelling fietsen en tweewielige bromfietsen
Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Artikel 11. Opstelling motorfietsen
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.;
Artikel 12. Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbij gelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
Artikel 13. Parkeerverbod
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
6° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
7° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
Artikel 14. Onjuiste aanduiding parkeerschijf
Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft;
Artikel 15. Beperkingen van het langdurig parkeren.
1° Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren.
2° Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.
3° Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren;
Artikel 16. Gebruik gehandicaptenkaart
Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig;
Artikel 17. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren
Verkeersborden E 1, E 3, E 5, E 7 en van het type E 9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen;
Artikel 18. Verkeersbord halfmaandelijks parkeren
Het verkeersbord E11 niet in acht nemen;
Artikel 19. Stilstaan en parkeren op verkeersgeleiders en verdrijvingsvakken
Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken;
Artikel 20. Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerzone
Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan;
Artikel 21. Stilstaan en parkeren op dambordmarkeringen
Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht;
Artikel 22. Verkeerborden C3 (verboden toegang)
Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen;
Afdeling 2 - overtredingen van de tweede categorie (artikel 23 - 25).
Artikel 23. Stilstaan- en parkeerverbod
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1° op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;
2° op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
3° op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;
4° op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;
5° op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is;
Artikel 24. Parkeerverbod
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
2° op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;
3° wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden;
Artikel 25. Parkeren op voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap
Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Hoofdstuk 3 - Straf- en slotbepalingen (artikel 26-30).
Artikel 26. Overtredingen van de eerste categorie
Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 § 1 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 27. Overtredingen van de tweede categorie
Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 2, Afdeling 2 van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 § 2 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 28. Procedureverloop
Voor wat het procedureverloop betreft, dient te worden verwezen naar:
- Algemeen Reglement betreffende het opleggen van een administratieve geldboete bij inbreuken op het stilstaan en parkeren en op het verkeersbord C3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
- Protocolakkoord betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties ingeval van inbreuken verkeer
- Wet van 24 juni 2013 betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties.
Artikel 29
Dit reglement zal overeenkomstig artikel 286 §1 van het decreet over lokaal bestuur en artikel 15 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, afgekondigd en bekend gemaakt worden.
Artikel 30
Overeenkomstig artikel 119 van de nieuwe gemeentewet, zal een afschrift van dit reglement worden overgemaakt aan de deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.
Tevens zal een afschrift worden overgemaakt aan het parket van de procureur des konings Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde sectie politierechtbank en aan de korpschef van de lokale politie Brakel.
Actitiviteitenverslag van het intergemeentelijk samenwerkingsverband VARIANT
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 404, §5.
het college van burgemeester en schepenen nam tijdens het college van 28/6/2021 kennis van het activiteitenverslag van het intergemeentelijk samenwerkingsverband VARIANT.
De gemeenteraad keurt de jaarrekening, activiteitenverslag en verslag van accountant goed.
Tegen 1 januari 2023 moeten sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) één woonactor vormen met maar één speler per gemeente: de woonmaatschappij.
Elke woonmaatschappij moet in een uniek, niet-overlappend werkingsgebied opereren. Om deze werkingsgebieden te bepalen, krijgen de lokale besturen een trekkersrol.
Gelet op het regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2024;
Gelet op de kadernota van 12 maart 2021 waarin de Vlaamse Regering de referentieregio’s definitief heeft vastgelegd;
Gelet op de nieuwsbrief van het agentschap Wonen Vlaanderen van 10 september 2020 betreffende het regelgevend en implementatietraject voor de vorming van de woonmaatschappijen;
Gelet op de brief van Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Matthias Diependale van 23 oktober 2020 betreffende de oproep om het werkingsgebied van de woonmaatschappij af te bakenen;
Gelet op de brief van Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Matthias Diependale van 17 maart 2021 waarin wordt gesteld dat met betrekking tot de woonmaatschappijen de Vlaamse Regering heeft beslist dat deze moeten vallen binnen of samenvallen met een referentieregio.
Overwegende dat de Vlaamse Regering in haar regeerakkoord vooropstelt dat Vlaanderen in de toekomst zal bestaan uit verschillende werkingsgebieden over gemeentegrenzen heen waarbinnen alle vormen van intergemeentelijke samenwerking een plaats kunnen krijgen;
Overwegende dat de Vlaamse Regering de referentieregio Vlaamse Ardennen afbakende;
Overwegende dat de Vlaamse Regering in haar regeerakkoord vooropstelt dat tegen 1 januari 2023 sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren moeten samengevoegd worden tot een woonactor met slechts een speler per gemeente: de woonmaatschappij. Elke woonmaatschappij
moet in een uniek, niet-overlappend werkingsgebied opereren;
Overwegende dat die woonmaatschappij de taken van de huidige sociale huisvestingsmaatschappijen als van de sociale verhuurkantoren opneemt en het centrale
aanspreekpunt wordt voor zowel kandidaat-huurders, lokale besturen als andere belanghebbenden;
Overwegende dat deze bestuurlijke hervorming zou moeten leiden tot meer duidelijkheid en transparantie, een grotere slagkracht van de woonactor en uiteindelijk een sterker sociaal woonbeleid;
Overwegende dat de Vlaamse Regering de krijtlijnen heeft uitgetekend en dat de lokale besturen nu aan zet zijn om de werkingsgebieden te bepalen;
Overwegende dat de lokale besturen tegen 31 oktober 2021 een voorstel van werkingsgebied aan de Vlaamse Regering dienen te bezorgen dat tot stand kwam in onderling overleg met de woonactoren actief op het grondgebied, dat werd afgetoetst op het lokaal woonoverleg en dat door de gemeenteraad wordt gedragen;
Overwegende dat de lokale besturen uit de Vlaamse Ardennen hierover overleg hadden op 10 februari 2021 en op 27 april 2021;
Overwegende dat op het overleg van 10 februari voor de eerste maal van gedachten werd gewisseld, waarna de nota (toegevoegd in bijlage) aan de verschillende gemeenten die deel uitmaken van de referentieregio werd overgemaakt.
Overwegende dat de lokale besturen uit de referentieregio Vlaamse Ardennen op hun bijeenkomst van 27 april 2021 de opdracht gaven aan de burgemeesters van Ronse, Oudenaarde en Zottegem om de woonactoren actief in de referentieregio Vlaamse Ardennen samen te brengen met de vraag na te gaan of tot de vorming van één woonmaatschappij voor de referentieregio kan worden overgegaan;
Overwegende dat dit overleg plaatsvond op 19 mei 2021 met de woonactoren uit de referentieregio Vlaamse Ardennen en dat op het verslag van die vergadering (toegevoegd in bijlage), dat werd toegezonden aan alle woonactoren geen opmerkingen werden geformuleerd;
Overwegende dat dit werd besproken op het woonoverleg dd. 23/03/2021;
Overwegende dat de afbakening van een werkingsgebied gelijk aan de referentieregio Vlaamse Ardennen voor de woonmaatschappij de nodige garanties biedt om een woonmaatschappij te vormen die alle aspecten van sociaal wonen kan aanbieden met de nodige expertise en financiële draagkracht, met betrokkenheid van de lokale besturen en dienstverlening in nabijheid van de burger;
Artikel 1: voor te stellen aan de Vlaams minister van Wonen om het werkingsgebied van de woonmaatschappij te laten samenvallen met de referentieregio Vlaamse Ardennen.
Artikel 2: het ingenomen standpunt zal overgemaakt worden aan de Vlaamse Regering voor 31 oktober 2021.
Artikel 3: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het decreet over het lokaal bestuur.
Bijlagen:
Renovatie muur kerkhof Everbeek-Boven - deel 2.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van € 30.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
In het kader van de opdracht “Renovatie muur kerkhof Everbeek-Boven - Deel 2” werd een bestek met nr. 2021/041 opgesteld door de dienst grondgebiedzaken.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 13.800,00 excl. btw of € 16.698,00 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht tot stand te brengen bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).
Art.1 : Het bestek met nr. 2021/041 en de raming voor de opdracht “Renovatie muur kerkhof Everbeek-Boven - Deel 2”, opgesteld door de dienst grondgebiedzaken worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 13.800,00 excl. btw of € 16.698,00 incl. 21% btw.
Art.2 : Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).
Art.3 : Afschrift van onderhavige beslissing wordt overgemaakt aan de financieel directeur en aan de financiële dienst van onze gemeente.
Aquafinproject 20.294. Riolering Hollebeekstraat - Wouterbosweg. Onderhoud bufferbekken.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 11°;
Kennisname van de overeenkomst onderhoud van het perceel (bufferbekken Hollebeekstraat), kadastraal gekend als 6de afdeling, sectie A nr. 95A, door de gebruiker Marc Vandemenschbrugge, Gelategemstraat 2, Brakel met als doel grondgebruik als weide en het onderhoud van het perceel en dit gratis en precair.
Voorstel van het college van burgemeester en schepenen om deze overeenkomst goed te keuren.
Artikel 1 : De overeenkomst onderhoud van het perceel (bufferbekken Hollebeekstraat), kadastraal gekend als 6de afdeling, sectie A nr. 95A, door gebruiker "naam in bekendmaking verwijderd wegens GDPR-bepalingen" met als doel grondgebruik als weide en het onderhoud van het perceel en dit gratis en precair, wordt goedgekeurd.
Artikel 2 : Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan onze financiële dienst en aan Aquafin.
Op het einde van ieder kalenderjaar stelt de BRAVO een jaarplan op van het vorige werkjaar.
Het college van burgemeester en schepenen nam tijdens het college van 14/06/2021 kennis van het jaarplan 2020 van BRAVO
De gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020 op naam van BRAVO
Het jaarverslag 2020 jeugdraad Brakel
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 27 februari 2012 betreffende "adviesraden. algemeen reglement houdende de werking en organisatie van de gemeentelijke seniorenraad, middenstandsraad, jeugdraad, culturele raad en sportraad".
Overwegende dat het algemeen reglement in artikel 24 stelt dat de adviesraad een jaarverslag dient op te stellen en over te maken aan de voorzitter van de gemeenteraad, ter agendering op de volgende gemeenteraad.
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020
Het jaarverslag 2020 seniorenraad Brakel
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 27 februari 2012 betreffende "adviesraden. algemeen reglement houdende de werking en organisatie van de gemeentelijke seniorenraad, middenstandsraad, jeugdraad, culturele raad en sportraad".
Overwegende dat het algemeen reglement in artikel 24 stelt dat de adviesraad een jaarverslag dient op te stellen en over te maken aan de voorzitter van de gemeenteraad, ter agendering op de volgende gemeenteraad
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020
Op het einde van ieder kalenderjaar stelt de gemeentelijke culturele raad een jaarplan op van het vorige werkjaar.
Het college van burgemeester en schepenen nam tijdens het college van 14 juni 2021 kennis van het jaarplan 2020 van de gemeentelijke culturele raad.
De gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020 op naam van de gemeentelijke culturele raad.
Het jaarverslag 2020 middenstandsraad Brakel
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 27 februari 2012 betreffende "adviesraden. algemeen reglement houdende de werking en organisatie van de gemeentelijke seniorenraad, middenstandsraad, jeugdraad, culturele raad en sportraad".
Overwegende dat het algemeen reglement in artikel 24 stelt dat de adviesraad een jaarverslag dient op te stellen en over te maken aan de voorzitter van de gemeenteraad, ter agendering op de volgende gemeenteraad.
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020
Tractorsluis in de Molenhoekstraat tussen de Moriaanstraat en de Molenhoekstraat.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder op artikel 41 2°;
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en in het bijzonder op artikel 5, artikel 22 octies en artikel 71;
Het artikel 119 van de nieuwe gemeentewet, zoals gecodificeerd bij koninklijk besluit van 24 juni 1988 en bekrachtigd bij artikel 1 van de wet van 26 mei 1989;
Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens en in het bijzonder op artikel 12;
Het algemeen politiereglement van de gemeenten van de politiezone Brakel, Horebeke, Zwalm en Maarkedal en in het bijzonder afdeling 3, artikel 4;
Er wordt een tractorsluis aangelegd tussen de Moriaanstraat en de Molenhoekstraat overwegende dat de straat meer en meer als sluipweg wordt gebruikt.
Het deel Molenhoekstraat gelegen tussen de Moriaanstraat en de Molenhoekstraat is een smalle openbare weg met een rijbaan van ongeveer 2 tot 2,5 meter.
De toegang tot de Molenhoekstraat ter hoogte van de Moriaanstraat wordt geregeld door middel van een verkeersbord C5.
De toegang ter hoogte van de Molenhoekstraat/Molenhoekstraat is niet beperkt door een verkeersbord.
Het deel Molenhoekstraat waarvan sprake is niet geschikt voor het algemeen voertuigenverkeer.
De Molenhoekstraat is een openbare weg die bij voorkeur voorbehouden wordt aan een beperkt aantal weggebruikers.
Art. 1: Volgend aanvullend verkeersreglement wordt met ingang van heden opgeheven:
- dd 17/04/1978 betreffende verboden toegang voor bestuurders van motorvoertuigen met meer dan 2 wielen en van motorfietsen met zijspan
Art. 2: Volgende verkeersmaatregelen inzake beperken van het sluipverkeer worden genomen:
- art. 22 octies uit de wegcode
Art. 3: Deze maatregel zal gesignaleerd worden met volgende verkeersborden:
- het begin van deze wegen wordt aangeduid met het verkeersbord F99c.
- het einde met het verkeersbord F101c.
- de tractorsluis dient langs beide kanten aangekondigd worden door middel van het gevaarsbord A51 met onderborden.
Art. 4: De overtreders van deze verordening zullen gestraft worden overeenkomstig artikel 29 van de wet betreffende de Politie op het Wegverkeer.
Art. 5: Onderhavig reglement treedt in werking op heden.
Art. 6: Een afschrift van deze beslissing over te maken aan:
- de minister van Mobiliteit;
- de politiezone Brakel, Horebeke, Zwalm en Maarkedal;
- de federale politie;
- de politierechtbank van Oudenaarde
- de griffie van de rechtbank van eerste aanleg
- de deputatie van de provincie
Art. 7: Onderhavig reglement bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 285, 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.
Vaststellen van een aanvullend verkeersreglement houdende een vrijstelling voor het parkeren van deelauto's in blauwe zones in de volledige regio Klimaatgezond Zuid-Oost-Vlaanderen, door afgifte van een digitale parkeervergunning "deelauto's".
Artikel 40, §3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het KB van 1 december 1975 houdende een algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (wegcode).
Het MB van 09 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
Het collegebesluit van 07 november 2016 houdende het ondertekenen van het burgemeesterconvenant, waarin gemeente Brakel zich engageert om tegen 2030 de CO² uitstoot op haar grondgebied met minstens 40% te reduceren, en om een adaptatiebeleid uit te werken. In het kader van het burgemeestersconvenant zet gemeente Brakel in op het verduurzamen van transport en wilt ze onder andere autodelen stimuleren.
Het gemeenteraadsbesluit van 12 juni 2017 houdende het instappen in het regionaal klimaatproject "Klimaatgezond Zuid-Oost-Vlaanderen" om te komen tot een doorgedreven en ambitieuze klimaataanpak. Dit project resulteerde in een regionaal klimaatplan waarin het stimuleren van gedeeld vervoer als TOP20 maatregel beschreven staat.
Een vrijstelling voor het parkeren van deelauto's van erkende autodeelorganisaties in de blauwe zones moet het autodelen stimuleren.
Een autodeelorganisatie kan door gemeente Brakel erkend worden bij besluit van het college van burgemeester en schepenen na gemotiveerd verzoek van de autodeelorganisatie.
Door afgifte van een (digitale) gemeentelijk parkeerkaart 'autodelen' (tarief = gratis) verleent de gemeente een digitale parkeervergunning waarvan de controle op het gebruik van deze vergunning gebeurt door middel van een elektronisch toezichtsysteem (op basis van nummerplaat).
Gebruiksmodaliteiten
- Er wordt 1 kaart per auto en nummerplaat toegestaan;
- Een kaart is geldig voor een periode van 1 jaar;
-Voorbehouden plaatsen autodelen : Enkel geregistreerde voertuigen van door gemeente Brakel erkende autodeelorganisaties met eigen vloot die werken met vaste standplaatsen kunnen zonder beperking van de parkeertijd gebruik maken van voorbehouden parkeerplaatsen, te herkennen aan het verkeersbord E9a of E9b met onderbord 'autodelen'.
Enig artikel : Gemeente Brakel verleent een vrijstelling voor het parkeren in een blauwe zone van deelauto's van erkende autdeelorganisaties door afgifte van een (digitale) gemeentelijke parkeerkaart 'autodelen' onder volgende voorwaarde en modaliteiten :
- Er wordt 1 kaart per auto en nummerplaat toegestaan;
- Een kaart is geldig voor een periode van 1 jaar;
-Voorbehouden plaatsen autodelen : Enkel geregistreerde voertuigen van door gemeente Brakel erkende autodeelorganisaties met eigen vloot die werken met vaste standplaatsen kunnen zonder beperking van de parkeertijd gebruik maken van voorbehouden parkeerplaatsen, te herkennen aan het verkeersbord E9a of E9b met onderbord 'autodelen'.
Op 18 september wordt de uitgestelde editie van de Ronde van Vlaanderen Cyclo 2021 georganiseerd.
Het Decreet Lokaal, artikel 392 tem 395.
Het voorstel aan te sluiten bij de interlokale vereniging 'Ronde van Vlaanderen', om zo door middel van een convenant bindende afspraken te kunnen maken met de organisator.
Enig artikel: De overeenkomst "interlokale vereniging "Ronde Van Vlaanderen Cyclo" wordt goedgekeurd.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
Gemeente Wortegem-Petegem als beherende gemeente, Waregemseweg 35, 9790 Wortegem-Petegem.
Aankoop van openbare fietspompen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van € 30.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
In het kader van de opdracht 'Aankoop van openbare fietspompen' werd een bestek met nr. 2020/048 opgesteld door de dienst mobiliteit.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 20.000€ incl/btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Enig artikel: De lastvoorwaarden en gunningswijze worden goedgekeurd.
Het voorstel tot wijzigen van de schooluren voor het gemeentelijk onderwijs;
Het decreet lokaal bestuur, artikel 2, §2 en artikel 40.
Het decreet basisonderwijs, artikel 7.
Het voorstel van de directeur van het gemeentelijk onderwijs om de schooluren van de kleuterschool en basisschool gelijk te schakelen vanaf september 2021 (CBS 03/05/2021);
Het gunstig advies van de schoolraad en de afvaardiging van de vakbonden (CBS 21/06/2021).
Art. 1 : De oude regeling omtrent de schooluren wordt opgeheven.
Art. 2 : De vooropgestelde regeling, zoals hieronder vermeld, wordt goedgekeurd met ingang van schooljaar 2021-2022.
|
|
Maandag |
Dinsdag |
Woensdag |
Donderdag |
Vrijdag |
| 8u45-9u35
|
|
|
|
|
|
| 9u35-10u25
|
|
|
|
|
|
| 10u25-10u40 |
Speeltijd |
||||
| 10u40-11u30 |
|
|
|
|
|
| 11u30-12u20 |
|
|
|
|
|
| 12u20-13u20 |
Middagpauze |
|
Middagpauze |
||
| 13u20-14u10 |
|
|
|
|
|
| 14u10-14u25 |
Speeltijd |
|
Speeltijd |
||
| 14u25-15u15 |
|
|
|
|
|
| 15u15-15u30 |
|
|
|
|
Tot 15u20 |
Art. 3 : Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de directie van het gemeentelijk onderwijs.
Aanpassing 3 van het meerjarenplan 2020-2025.
Decreet lokaal bestuur, artikel 2 en 249.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het meerjarenplan voor de planningsperiode 2020 t.e.m. 2025 maakt voor opnieuw voorwerp uit van een aanpassing. Gemeente en OCMW maken hiervan gebruik om enkele financiële ingrepen te doen.
Artikel 257 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat minstens een keer per jaar het meerjarenplan wordt aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.
In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2020-2025 geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.
Enig artikel: stelt de aanpassing 3 meerjarenplan 2020-2025 vast.
Namens Gemeenteraad,
Jurgen De Mets
Algemeen Directeur
Marcel Saeytijdt
Voorzitter Gemeente- en OCMW raad