Terug
Gepubliceerd op 03/03/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 02/03/2026 - 20:00

Politieverordening (GAS 4) betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende het verkeersbord C3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

Aanwezig: Marc De Pessemier, Voorzitter
Marleen Gyselinck, Waarnemend Burgemeester
Bart Morreels, Sabine Hoeckman, Peter Vanderstuyf, Frank Surdiacourt, Schepenen
Peter Bauters, Lien Braeckman, Jan Haegeman, Veronique Lenvain, Delphine Bogaert, Sabine Burens, Franky Bogaert, Andre Soetens, Nancy De Geeter, Jens Vande Pontseele, Karo De Jonge, Anouk Vandenhaute, Monia Waelkens, Jeroen Vercruysse, Niels Speleers, Diego Denie, Noël Ternoot, Bartel Seghers, Raadsleden
Bianca De Staercke, Adjunct-Algemeen Directeur
Jürgen De Mets, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Herwin Geenens, Raadslid

Op 1 maart 2026 treedt een wijziging in werking van het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden, C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen. De bestaande politieverordening dient daarom aangepast te worden aan het vernieuwde KB : zowel het opschrift van het KB als enkele artikelen dienen worden gewijzigd.

Regelgeving en bevoegdheid

- Het decreet lokaal bestuur van 21 december 2017 en latere wijzigingen.

- De nieuwe gemeentewet, inzonderheid de artikelen 119, 119bis en 135,§2.

- De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

- Het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

- Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

- Het protocolakkoord tussen de gemeente Brakel en de procureur des Konings van het Parket Oost-Vlaanderen betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - inbreuken verkeer.

- De politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende het verkeersbord C 3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen van de stad Oudenaarde en de gemeenten Kluisbergen, Kruisem en Wortegem-Petegem.

Feiten, context en argumentatie

Sinds de GAS-wet van 24 juni 2013 kunnen gemeenten ook bepaalde parkeerinbreuken sanctioneren met een gemeentelijke administratieve sanctie, GAS 4 genoemd.

Het betreft concreet de volgende inbreuken :

• inbreuken op de regels betreffende het stilstaan en parkeren

• de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 (verboden toegang in beide richtingen) en F103 (voetgangerszone) en F111 (fietsstraat) al dan niet vastgesteld door automatisch werkende toestellen.

De gemeenten van de politiezone Vlaamse Ardennen sloten hiervoor een protocolakkoord af met de Procureur des Koning en keurden bovenvermelde politieverordening goed.

Op 1 maart 2026 treedt een wijziging in werking van het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden, C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen. De bestaande politieverordening dient daarom aangepast te worden aan het vernieuwde KB : zowel het opschrift van het KB als enkele artikelen dienen worden gewijzigd.

Het betreft aanpassingen aan onderstaande artikelen

  • Artikel 1
  • Artikel 8
  • Artikel 10
  • Artikel 12
  • Artikel 13
  • Artikel 20
  • Artikel 22
Besluit

Artikel 1: De politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende het verkeersbord C3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen wordt hieronder vastgesteld:

POLITIEVERORDENING BETREFFENDE OVERTREDINGEN OP HET STILSTAAN EN PARKEREN EN DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET VERKEERSBORD C3 VASTGESTELD MET AUTOMATISCH WERKENDE TOESTELLEN.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Doel

De gemeente Brakel geeft bij wijze van deze politieverordening uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat bepaalt dat de gemeenteraad kan voorzien in een administratieve sanctie voor de inbreuken opgesomd in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor :

    1. de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren;
    2. de overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111, al dan niet vastgesteld door automatisch werkende toestellen (zoals bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet). 

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van dit reglement zijn :

    1. de definities zoals voorzien in artikel 2 van het KB 1/12/1975 (Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) van toepassing
    2. de verkeersborden en wegmarkeringen zoals beschreven in hoofdstuk II van het KB 1/12/1975 (Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) van toepassing. 

Artikel 3 Doelgroep

Deze politieverordening is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de gemeente Brakel bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de maatschappelijke zetel.

Hoofdstuk 2 Verkeersinbreuken

Afdeling 1 Overtredingen van eerste categorie (art. 4 - 22)

Artikel 4.  Parkeren in erven en woonerven

Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

    1. op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter ''P'' aangebracht is;
    2. op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat; 

Artikel 5.  Stilstaan en parkeren op verhoogde inrichtingen

Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering; 

Artikel 6.  Parkeren voetgangerszones

In voetgangerszones is het parkeren verboden; 

Artikel 7.  Opstelling stilstaand of geparkeerd voertuig ten opzichte van de rijrichting

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.

Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden; 

Artikel 8.  Stilstaan of parkeren op een berm

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

  • buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm
  • indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden
  • indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden
  • indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden
  • Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
    • de zijdelingse strook
    • de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is
  • Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
    • de zijdelingse strook
    • rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

Artikel 9.  Stilstaan of parkeren volledig of deels op de rijbaan

Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:

  • zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan
  • evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg
  • in één enkele file

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden 

Artikel 10.  Opstelling fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f  en 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg; De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden. 

Artikel 11.  Opstelling motorfietsen

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.; 

Artikel 12.  Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

    1. op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
    2. op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
    3. in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbij gelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
    4. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
    5. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
    6. op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
    7. op verhoogde inrichtingen, behoudend plaatselijke reglementering. 

Artikel 13.  Parkeerverbod

Het is verboden een voertuig te parkeren:

    1. op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen
    2. op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst
    3. voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht
    4. op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen
    5. buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht
    6. op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht
    7. op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
    8. op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen
    9. op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen
    10. buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt
    11. op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. 

Artikel 14.  Onjuiste aanduiding parkeerschijf

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft 

Artikel 15.  Beperkingen van het langdurig parkeren.

§1. Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren

§2. Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht

§3. Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren 

Artikel 16.  Gebruik gehandicaptenkaart

Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig; 

Artikel 17.  Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren

Verkeersborden E 1, E 3, E 5, E 7 en van het type E 9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen; 

Artikel 18.  Verkeersbord halfmaandelijks parkeren

Het verkeersbord E11 niet in acht nemen; 

Artikel 19.  Stilstaan en parkeren op verkeersgeleiders en verdrijvingsvakken

Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken; 

Artikel 20.  Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerzone

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 21.  Stilstaan en parkeren op dambordmarkeringen

Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht; 

Artikel 22.  Verkeerborden C3 (verboden toegang), F103 (voetgangerszone) en F111 (fietszone)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3, F103 of F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

Afdeling 2 Overtredingen van de tweede categorie (art. 23 - 25)

Artikel 23.  Stilstaan- en parkeerverbod

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

    1. op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;
    2. op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
    3. op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;
    4. op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;
    5. op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is; 

Artikel 24.  Parkeerverbod

Het is verboden een voertuig te parkeren:

    1. op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
    2. op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;
    3. wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden; 

Artikel 25.  Parkeren op voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap

Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Hoofdstuk 32 Straf en slotbepalingen (art. 26 - 30)

Artikel 26.  Overtredingen van de eerste categorie

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 § 1 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen. 

Artikel 27.  Overtredingen van de tweede categorie

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 2, Afdeling 2 van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 § 2 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen. 

Artikel 28. Procedureverloop

Voor wat het procedureverloop betreft, dient te worden verwezen naar:

  • Algemeen Reglement betreffende het opleggen van een administratieve geldboete bij inbreuken op het stilstaan en parkeren en op het verkeersbord C3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
  • Protocolakkoord betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties ingeval van inbreuken verkeer
  • Wet van 24 juni 2013 betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties. 

 

Artikel 2

Dit reglement zal overeenkomstig artikel 286 §1 van het decreet over lokaal bestuur en artikel 15 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, afgekondigd en bekend gemaakt worden. 

Artikel 30

Overeenkomstig artikel 119 van de nieuwe gemeentewet, zal een afschrift van dit reglement worden overgemaakt aan de deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.

Tevens zal een afschrift worden overgemaakt aan het parket van de procureur des konings Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde sectie politierechtbank en aan de korpschef van de lokale politie Vlaamse Ardennen.

 

Artikel 3:De gewijzigde politieverordening zal overeenkomstig artikel 286 § 1 en artikel 15 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties worden bekendgemaakt en treedt in werking vanaf 1 maart 2026. Afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de politiezone Vlaamse Ardennen, de procureur des konings van het Parket Oost-Vlaanderen - afdeling Oudenaarde, de politierechtbank Oost-Vlaanderen afdeling Oudenaarde.

Artikel 4:Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc van de gemeente.