Terug
Gepubliceerd op 25/04/2023

Besluit  OCMW-raad

ma 24/04/2023 - 21:30

Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Huishoudelijk reglement.

Aanwezig: Marcel Saeytijdt, Voorzitter Gemeente- en OCMW raad
Stefaan Devleeschouwer, Burgemeester
Marleen Gyselinck, Peter Vanderstuyf, Sabine Hoeckman, Marc De Pessemier, Marin Devalck, Schepenen
Andre Flamand, Sabine Burens, Karen Vekeman, Wesley Roos, Jan Haegeman, Veronique Lenvain, Hedwin De Clercq, Franky Bogaert, Lien Braeckman, Saskia Schoutteten, Andre Soetens, Nancy De Geeter, Raadsleden
Bianca De Staercke, Adjunct-Algemeen Directeur
Jurgen De Mets, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Alexander De Croo, Delphine Bogaert, Johnny Roos, Bart Morreels, Raadsleden
Regelgeving en bevoegdheid

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

Feiten, context en argumentatie

Gelet op de beslissing van het BCSD d.d. 23.07.2019 waarbij het huishoudelijk reglement door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst werd goedgekeurd.

Overwegende dat een aantal bedragen inmiddels achterhaald zijn en dienen te worden aangepast / verhoogd.

Besluit

Het huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst - zoals hieronder opgenomen - wordt goedgekeurd.


HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR HET BIJZONDER COMITÉ VOOR DE SOCIALE DIENST


BIIJEENROEPING

Artikel 1

§ 1       Het bijzonder comité voor de sociale dienst vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen, en dit in ieder geval binnen de 30 dagen na de vorige vergadering in de trouwzaal van de gemeente.

§ 2       De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst beslist tot bijeenroeping van het bijzonder comité voor de sociale dienst en stelt de agenda van de vergadering vast en verricht het voorafgaand onderzoek van de zaken die worden voorgelegd.

§ 3       De oproeping wordt verzonden via e-mail. De dossiers die betrekking hebben op de agenda worden ter beschikking gesteld op de wijze voorzien in artikel 7, § 1 van dit reglement.

Artikel 2

§ 1       De oproeping wordt tenminste 8 dagen vóór de vergadering bezorgd aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken.

§ 2       De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn.

Artikel 3

§ 1       Leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst kunnen uiterlijk 3 dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van het bijzonder comité voor de sociale dienst toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de adjunct-algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

§ 2       De adjunct-algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, onmiddellijk mee aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.

 

 

BESLOTEN VERGADERING

Artikel 4

§ 1       De vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn niet openbaar.

§ 2       Gedurende de hele vergadering kunnen aanwezig zijn:

-          De voorzitter en de leden van het bijzonder comité.

-          De vertrouwenspersoon van de voorzitter of een lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, als die daar recht op heeft omdat de persoon wegens een beperking zijn mandaat niet zelfstandig kan vervullen.

-          De algemeen directeur en de persoon die de algemeen directeur aanduidt om hem administratief bij te staan voor de opmaak van de notulen, of in de plaats van de algemeen directeur: de persoon die door hem aangeduid werd om in zijn plaats de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij te wonen, de notulen op te stellen en te ondertekenen.

-          De verantwoordelijke van de sociale dienst of bij diens afwezigheid een daartoe aangeduide maatschappelijk werker.

Gedurende de bespreking ( niet stemming ) van een bepaald punt kunnen aanwezig zijn:

-          De maatschappelijk werker die met dossier belast is, en die er wegens bijzondere en uitzonderlijke redenen van vertrouwelijke aard om heeft verzocht, wordt gehoord vooraleer het bijzonder comité voor de sociale dienst een beslissing neemt over de hulpaanvraag in kwestie.

-          De maatschappelijk werker die met het dossier belast is en die op vraag van het bijzonder comité voor de sociale dienst gehoord wordt vooraleer het bijzonder comité voor de sociale dienst een beslissing neemt over de hulpaanvraag in kwestie.

-          De cliënt die gehoord wenst te worden, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon die de cliënt zelf kiest.

-          Een externe deskundige die gehoord wordt op uitnodiging van de voorzitter.

OCMW-raadsleden en de voorzitter en andere leden van het vast bureau die geen lid of voorzitter zijn van het bijzonder comité voor de sociale dienst, kunnen niet aanwezig zijn op de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

( art. 105-106, art. 108, art. 155, art. 172, art. 183 en art. 277 DLB ).

Artikel 5

De voorzitter en leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, alsmede alle andere personen die krachtens de wet of het decreet de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst bijwonen, zijn tot geheimhouding en discretie verplicht. Ook zijn de voorzitter en leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst gebonden door het beroepsgeheim.

Comitéleden en hun voorzitter gaan bijzonder voorzichtig om met alle persoonlijke informatie die ze verkrijgen vanuit hun functie. Dat geldt voor alle informatie, ongeacht de wijze waarop ze verkregen is. Een comitélid of voorzitter zwijgt niet enkel over vertrouwelijke zaken, maar zorgt ook dat informatie die hij/zij op papier of elektronisch bezit, niet in handen van derden ( familie, andere partijleden, enz. ) terecht kan komen.

Een schending kan leiden tot sancties op basis van de deontologische code, eisen tot schadevergoeding, maar in uiterste gevallen ook tot strafrechtelijk vervolging.


INFORMATIE VOOR DE COMITELEDEN EN VOOR DERDEN

Artikel 6

§ 1       De agenda en de besluiten van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden niet bekendgemaakt aan derden. Niet via de web-toepassing van de gemeente of het OCMW en niet via andere kanalen.

§ 2       Individuele beslissing worden meegedeeld aan de hulpaanvrager op de wijze voorzien in de specifieke regelgeving waarop de beslissing betrekking heeft. Is er in de specifieke regelgeving geen dergelijke bepaling voorzien, dan gelden de bepalingen uit de wet tot invoering van het “ handvest “ van de sociaal verzekerde van 11 april 1995.

Artikel 7

§ 1       Voor de op de agenda ingeschreven zaken worden voor elk agendapunt de sociale verslagen vanaf de verzending van de oproeping ter beschikking gehouden van de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De comitéleden kunnen er vóór de vergadering kennis van nemen op het secretariaat van het OCMW tijdens de kantooruren.

§ 2       Aan de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst moet, op hun verzoek, door de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden, technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.

De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst richten hun verzoek mondeling of per e-mail aan de adjunct-algemeen directeur.

Op een schriftelijke vraag wordt schriftelijke geantwoord tenzij het comitélid of de voorzitter een mondelinge toelichting wenst. De mondelinge toelichting gebeurt tijdens de kantooruren, tenzij anders wordt overeengekomen.

Artikel 8

§ 1       De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst hebben het recht van inzage in dossiers, stukken en akten, ongeacht de drager die het bestuur van het OCMW betreffen.

§ 2       De briefwisseling gericht aan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst en die bestemd is voor het bijzonder comité voor de sociale dienst, wordt meegedeeld aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

§ 3       De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, hebben via de toepassing E-notulen steeds toegang tot het bijzonder comité voor de sociale dienst.

§ 4       Alle andere documenten en dossiers dan die in artikel 7, § 1 en artikel 8, § 2 en § 3, die betrekking hebben op het bestuur van het OCMW, kunnen door de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst ter plaatse geraadpleegd worden.

            Het vast bureau zal de dagen en de uren bepalen waarop de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst deze andere documenten kunnen raadplegen.

            Om het vast bureau in de mogelijkheid te stellen te onderzoeken of de gevraagde stukken of akten betrekking hebben op het bestuur van het OCMW, delen de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan het vast bureau schriftelijk mee welke documenten zij wensen te raadplegen.

Aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt uiterlijk binnen acht werkdagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld waar en wanneer de stukken kunnen worden ingezien.

Het comitélid, dat de in deze § bedoelde stukken niet is komen raadplegen tijdens de week volgend op het tijdstip waarop hem is meegedeeld dat ze ter inzage liggen, wordt geacht af te zien van inzage.

§ 5       De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst kunnen, behalve voor de dossiers die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van cliënten van het OCMW of hun onderhoudsplichtigen, een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs.

            De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, doen hun aanvraag tot het verstrekken van een afschrift via een formulier dat hen daartoe ter beschikking wordt gesteld.

§ 6       De voorzitter en leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, hebben het recht de instellingen van het OCMW en diensten die het OCMW opricht en beheert, te bezoeken.

Om het vast bureau in de mogelijkheid te stellen het bezoekrecht praktisch te organiseren, delen de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, minstens acht werkdagen vooraf schriftelijk mee welke instelling zij willen bezoeken en op welke dag en welk uur.

            Tijdens het bezoek van een inrichting van het OCMW mogen de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst zich niet mengen in de werking. De comitéleden zijn op bezoek en gedragen zich als een bezoeker.

 

 

QUORUM

Artikel 9

Vooraleer aan de vergadering van het bijzonder comité voor de sociale dienst deel te nemen, tekenen de voorzitter en de leden de aanwezigheidslijst. De namen van de personen die deze lijst tekenden, worden in de notulen vermeld.

Artikel 10

§ 1       Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zitting hebbende leden ( inclusief de voorzitter ) aanwezig is.

            Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.

§ 2       Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden ( inclusief de voorzitter ) aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden ( inclusief de voorzitter ), op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

            In de oproep wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur overgenomen.


WIJZE VAN VERGADEREN

Artikel 11

§ 1       De voorzitter zit de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst voor, en opent en sluit de vergaderingen.

            Op de voor de vergadering vastgestelde dag en het vastgestelde uur en zodra voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, verklaart de voorzitter de vergadering voor geopend.

§ 2       Het laten deelnemen van derde personen aan de vergadering is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in artikel 4, § 2 van dit reglement.

Artikel 12

§ 1       De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, geeft kennis van de tot het comité gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die het comité aanbelangen.

            Het bijzonder comité voor de sociale dienst, vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daardoor bepaalde volgorde, tenzij het comité er anders over beslist.

§ 2       Een punt dat niet op de agenda van het bijzonder comité voor de sociale dienst voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.

            Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minsten twee derde van de aanwezige leden ( inclusief de voorzitter ). De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.

Artikel 13

§ 1       Nadat het agendapunt werd toegelicht, vraagt de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, welk lid aan het woord wenst te komen over het voorstel.

            De voorzitter verleent het woord naar de volgorde van de aanvragen en, ingeval van gelijktijdige aanvraag, naar de leeftijd van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, waarbij de jongste leden eerst het woord krijgen.

§ 2       Indien het bijzonder comité voor de sociale dienst deskundigen wenst te horen, bepaalt de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, wanneer ze aan het woord komen.

            De voorzitter kan aan het hoofd van de sociale dienst en aan de ( adjunct- ) algemeen directeur vragen om toelichtingen te geven.

Artikel 14

Het woord kan door de voorzitter niet geweigerd worden voor een rechtzetting van beweerde feiten.

Artikel 15

De amendementen worden vóór de hoofdvraag en de subamendementen vóór de stemming gelegd.

Artikel 16

Niemand mag onderbroken worden wanneer hij spreekt, behalve voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.

Als een lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan hem het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven, wordt geachte de orde te verstoren.

Dit geldt eveneens voor hen, die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en bekomen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.

Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.

Artikel 17

De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering.

Van de handelingen die hij in dit verband stelt, wordt melding gemaakt in de notulen.

Elk comitélid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.

Artikel 18

Geen enkel comitélid mag meer dan tweemaal het woord nemen over hetzelfde onderwerp, tenzij de voorzitter er anders over beslist.

Artikel 19

Wanneer de vergadering rumoerig wordt, zodat het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij, bij voortzetting van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.

Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit hij de vergadering. De leden van het comité moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.

Van deze schorsing of sluiting wordt melding gemaakt in de notulen.

Artikel 20

Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest en indien hij oordeelt dat het agendapunt voldoende werd besproken, sluit de voorzitter de bespreking.


WIJZE VAN STEMMEN

Artikel 21

§ 1       Voor elke stemming in het bijzonder comité voor de sociale dienst, omschrijft de voorzitter het voorwerp van de bespreking waarover de vergadering zich moet uitspreken.

§ 2       De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

            Een volstrekte meerderheid is gelijk aan meer dan de helft van de stemmen, onthoudingen, blanco en ongeldige stemmen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Artikel 22

§ 1       De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst stemmen niet geheim.

§ 2       Er zijn twee mogelijke werkwijzen van stemmen:

            1° de stemming bij handopsteking

            2) de mondelingen stemming.

§ 3       De voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, stemmen bij handopsteking behalve als een derde van de aanwezige leden de mondelinge stemming vraagt.

Artikel 23

De stemming bij handopsteking geschiedt als volgt:

Nadat de voorzitter het voorwerp van de stemming heeft omschreven zoals bepaald in artikel 21, § 1 van dit reglement, vraagt hij achtereenvolgens welke leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst “ ja “ stemmen, welke “ neen “ stemmen en welke zich onthouden.

De voorzitter en elk lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, kunnen slechts éénmaal hun hand opsteken om hun keuze duidelijk te maken.

Artikel 24

§ 1       De mondelinge stemming geschiedt door iedereen van het bijzonder comité “ ja “, “ neen “, of “ onthouding “ te laten uitspreken. De leden doen dat in de volgorde aangewezen door de voorzitter.

§ 2       De voorzitter stemt als laatste.

            Wanneer er na de stem van de voorzitter evenveel stemmen voor als tegen het voorstel zijn, dan is er staking van stemmen en is het voorstel verworpen. De stem van de voorzitter is niet doorslaggevend als er door zijn stem staking van stemmen is.

Artikel 25

De notulen van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden, in chronologische volgorde, de beslissingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Er wordt geen zittingsverslag opgesteld, en ook geen video- of audio-opname.

Artikel 26

§ 1       De notulen van de vergadering van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 en 278 van het decreet over het lokaal bestuur.

§ 2       De notulen van de vorige vergadering zijn, behalve in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen voor de vergadering elektronisch ter beschikking.

§ 3       De voorzitter en elk lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, hebben het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door het bijzonder comité voor de sociale dienst worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

            Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de adjunct-algemeen directeur ondertekend. In het geval het bijzonder comité voor de sociale dienst bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan het bijzonder comité voor de sociale dienst beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.

§ 4       Zo dikwijls het bijzonder comité voor de sociale dienst het wenst, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door de adjunct-algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, ondertekend.

Artikel 27

§ 1       De reglementen, beslissingen en briefwisseling van het bijzonder comité voor de sociale dienst, worden ondertekend door de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst en mede-ondertekend door de adjunct-algemeen directeur, zoals bepaald in artikel 279 tot 283 van het decreet over het lokaal bestuur.

            De beslissingen en akten van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, worden door hem ondertekend en medeondertekend door de adjunct-algemeen directeur.

§ 2       De stukken, die niet vermeld worden in artikel 27, § 1 van dit reglement, worden ondertekend op de wijze door de OCMW-Raad bepaald in et huishoudelijk- reglement van de OCMW-Raad.


KADER DRINGENDE STEUN

Artikel 28

§ 1       De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen, en binnen de grenzen die bepaald zijn in dit artikel, beslissen over de toe te kennen hulpverlening aan personen en gezinnen. Deze steun kan worden toegekend indien een persoon die een aanvraag indient en indien er een sociaal en financieel onderzoek gebeurt. Deze hulpverlening is een steun aan een persoon niet kan voorzien in zijn levensnoodzakelijke behoeftes. De steun kan enkel bestaan uit een financiële tussenkomst die betrekking heeft op het aankopen van voedingsmiddelen, noodzakelijke medicatie, luiers, huisbrandolie en dringende vervoerskosten.

§ 2       De geldelijke steun mag per hulpvrager per maand echter niet meer bedragen dan het bedrag van het leefloon van de categorie van de hulpvrager, tenzij de dringende steun het verlenen van een huurwaarborg betreft.

Per uitzondering kan er een terugvorderbare financiële steun worden toegekend voor het verlenen van een huurwaarborg. Deze tussenkomst wordt gelimiteerd op € 2.500,00, een bedrag dat ten allen tijde door een beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan worden herzien. 

Deze tussenkomst zal geval per geval worden bepaald, rekening houdend met de specifieke situatie van de aanvrager(s).

Er kan tevens een terugvorderbare financiële steun worden toegekend voor de eerste maand huishuur en de eventuele kosten verbonden aan het contract.

§ 3       Alvorens de dringende steun toe te kennen, dient de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, een maatschappelijk werker van het OCMW te contacteren teneinde een sociaal en financieel onderzoek te laten plaatsvinden.

§ 4       De beslissing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van het bijzonder comité voor de sociale dienst te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan. Ingeval van niet-bekrachtiging blijft de hulpverlening die tevoren werd toegekend, verworven voor de persoon aan wie ze werd toegekend.

§ 5       Dezelfde werkwijze wordt gehanteerd als de voorzitter de vereiste dringende hulpverlening toekent aan een dakloze persoon die een beroep doet op de maatschappelijke dienstverlening van het OCMW van de gemeente waar hij zich bevindt.

§ 6       Alle steunen worden teruggevorderd mits gebruik van een subrogatieverklaring ondertekend door alle aanvragers. Bij individuele beslissing kan van de terugvordering worden afgeweken.

§ 7       Met het oog op de uitvoering van beslissingen van dringende hulpverlening getroffen door de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, wordt een provisie van € 6.000,00 aangelegd. Deze provisie is enkel bestemd voor de uitbetaling van de dringende hulpverlening.